Naar de strafrechter

Ons kantoor is deskundig op het terrein van strafrecht. Wij begeleiden u bij de strafzaak op een deskundige en betrokken wijze. Naast de deskundige juridische begeleiding hebben onze advocaten aandacht voor de persoon van de cliënt en wordt iedere zaak op eigen wijze bepleit met oog voor waar het in de zaak om draait. Ongeacht de vorm van onze begeleiding die wordt gekozen, komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • dagvaarding en het strafdossier;
  • uw persoonlijke omstandigheden;
  • het strafproces;
  • hoger beroep / cassatie; en
  • kosten.
Contact opnemen
Strafrecht advocaat nodig Breda

Dagvaarding

Een dagvaarding is een officiële oproep om voor de rechter te verschijnen. De dagvaarding wordt persoonlijk aan u overhandigd of aangetekend aan u verstuurd.

Het strafproces

Tijdens het strafproces behandelt de strafrechter de zaak volgens een vaste structuur en in een vaste volgorde.

1. Opening zitting

De rechter opent de zitting en hij controleert of de juiste persoon voor hem zit. De rechter vertelt de verdachte dat hij niet verplicht is te antwoorden op vragen. Dan krijgt de officier van justitie het woord.

2. Tenlastelegging

De officier van justitie werkt voor het Openbaar Ministerie, de overheid. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De officier van justitie vertegenwoordigt in een strafzaak de Nederlandse maatschappij en heeft tijdens de rechtszaak de rol van openbaar aanklager. In de tenlastelegging vertelt de officier van justitie waarvoor de verdachte terecht staat en welke bewijzen er tegen de verdachte zijn.

3. Onderzoek door de rechter

De rechter vraagt de verdachte naar de toedracht van het strafbare feit. Voorafgaand heeft de rechter het dossier bestudeerd. Tijdens de zitting stelt de rechter vragen om de waarheid te kunnen ontdekken. Ook wordt door de rechter gevraagd naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

4. Requisitor

Wanneer de rechter voldoende is geïnformeerd, krijgt de officier van justitie het woord, hij houdt dan een requisitoir. In dit betoog vertelt de officier van justitie wat hij van de zaak vindt en eist hij meestal een straf (geldboete, taakstraf, gevangenisstraf of een combinatie daarvan).

5. Pleidooi

De advocaat houdt een pleidooi voor de verdachte. Bij een ontkennende verdachte zal de advocaat vertellen waarom er onvoldoende bewijzen zijn. Als de verdachte bekent, zal de advocaat vooral wijzen op de verzachtende omstandigheden. De advocaat legt uit waarom de rechter een lagere straf dient op te leggen dan de officier van justitie eist.

6. Repliek en dupliek

De rechter geeft de officier van justitie de mogelijkheid op het pleidooi van de advocaat te reageren. Dit heet repliek. De advocaat mag daarna weer reageren op wat de officier van justitie zei, dit heet dupliek.

7. Laatste woord

Tegen het einde van de zitting krijgt de verdachte het laatste woord van de rechter.

8. Uitspraak

Na het horen van de officier van justitie, de advocaat en het laatste woord van de verdachte sluit de rechter de zitting. Daarna doet de rechter direct uitspraak. Als drie rechters de zaak behandelen, volgt de uitspraak (meestal) veertien dagen na de zitting. De uitspraak in een strafzaak heet vonnis.

Kinderstrafrechter

Het vonnis

Voorhet vonnis zoekt de rechter het antwoord op drie vragen. Is het feit bewezen? Is het feit strafbaar? Is de verdachte strafbaar? Als het antwoord op deze drie vragen ja is, dan beoordeelt de rechter welke straf of maatregel passend is.

Bij een vrijspraak stelt de rechter vast dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd waarvoor hij werd vervolgd. De strafzaak eindigt dan zonder veroordeling.

Straffen en maatregelen

De rechter legt een straf op als de verdachte schuldig is en gestraft moet worden. Er zijn verschillende soorten straffen:

  • een gevangenisstraf;
  • een taakstraf;
  • een geldboete.

Naast straffen zijn er ook een aantal maatregelen die de rechter kan opleggen als een verdachte schuldig is:

  • TBS;
  • plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis;
  • onttrekking aan het verkeer;
  • ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel;
  • schadevergoedingsmaatregel

Hoger beroep / cassatie

Als u het niet eens bent met de uitspraak van de strafrechter, is het mogelijk om binnen veertien dagen na de uitspraak in hoger beroep te gaan. Dat betekent dat een andere – hogere – strafrechter de hele zaak opnieuw bekijkt. Een rechter in hoger beroep heet een ‘raadsheer’ en de uitspraak in hoger beroep heet arrest. De officier van justitie in hoger beroep is een ‘advocaat-generaal’. De instantie die het hoger beroep behandelt is ‘het gerechtshof’.

Tegen de uitspraak van het gerechtshof kan bijna altijd beroep worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Dit heet cassatie. De Hoge Raad is het hoogste rechtscollege. De Hoge Raad beoordeelt de zaak niet opnieuw, maar kijkt alleen of het recht juist is toegepast, dus of de rechter geen fouten heeft gemaakt. Als de Hoge Raad oordeelt dat de rechter het niet goed heeft gedaan, dan wordt de rechtszaak terugverwezen naar het gerechtshof.

Contact opnemen